St. Servatius Venray

Het was rond 1900 gangbaar om krankzinnigen en idioten – zoals psychiatrische patiënten en verstandelijk beperkten werden genoemd – te verplegen in grote gebouwen in een ‘natuurlijke’ omgeving. Doorgaans waren de complexen opgezet als bijzondere buitenplaatsen, met een rijke parkaanleg en ensembles van paviljoens in een landschappelijke setting. De symmetrische ordening van de gebouwen was afgestemd op rust, orde en overzicht. Het psychiatrisch instituut Vincent van Gogh in Venray werd in 1907 door de Gentse Broeders van de Liefde gebouwd als gesloten mannengesticht. Het terrein lag op een stuk land buiten de stad, maar is inmiddels volledig opgenomen in het stedelijk weefsel. De heldere opbouw van het terrein verwaterde vanaf de jaren zestig onder druk van veranderingen in de psychiatrie.

De patiënt werd een individu, een volwaardig onderdeel van de maatschappij, een ontwikkeling die om totaal andere gebouwen en functies vroeg. Tegenwoordig is een andere verschuiving zichtbaar: in plaats van patiënten in de samenleving te plaatsen, wordt de samenleving naar de oude gestichtsterreinen gehaald. De ‘omgekeerde integratie’ is essentieel voor het voortbestaan van deze grote complexen. Op het terrein van het Vincent van Gogh-instituut komen met dit idee in het achterhoofd 370 koop- en zorgwoningen.

Bureau B+B ontwierp zowel het stedenbouwkundig plan als de inrichting van de openbare ruimte. In plaats van de aanvankelijk door de directie gewenste verregaande integratie van wonen en zorg stelde het bureau een opzet voor die contact tussen beide groepen toelaat, maar niet opdringt. Het concept van de omgekeerde integratie moet zich immers nog bewijzen. Het stedenbouwkundig plan onderscheidt een binnenhof en een buitenhof. Op de vierkante, met bomen omzoomde binnenhof zijn alle nieuw te bouwen ziekenhuispaviljoens geclusterd, waarbij aansluiting is gezocht bij de oorspronkelijke symmetrie en enclavestructuur van het terrein. De voorgestelde vormgeving van de nieuwe paviljoens is sober − maximaal twee bouwlagen, een orthogonale opbouw, binnenmuren van hout en buitenmuren van paarsbruine strengperssteen − waardoor de overgebleven monumentale bouwwerken beter tot hun recht komen. Greiner Van Goor Huijten Architecten bv ontwierp de nieuwbouw. Parkeren gebeurt onder de gebouwen. Elk paviljoen krijgt een eigen thematische tuin, afgestemd op het ziektebeeld van de bewoners, bijvoorbeeld een levendige volièretuin of juist een rustige rozentuin. In een tuin met basaltsokkels kunnen bewoners eigen werk exposeren.

In de buitenhof is ontmoeting mogelijk. De lommerrijke parkstrook is publiek toegankelijk en bestaat uit een informeel actief gedeelte met amfitheater, speelterminal, kinderboerderij en trapveld en een formeel passief deel met een vijver en arboretum. Om eenheid in het groene maaiveld te bewaren is, in plaats van met scheidingsmuren of hekken, gewerkt met niveauverschillen die de diverse gebruikzones van elkaar scheiden. Ook het spelen is geïntegreerd in het grasvlak: een langwerpige aarden wal, een ‘landsnake’, lijkt vanonder de grasmat te kruipen. De buitenhof wordt van de stad gescheiden door bebouwde randen met herenhuizen, appartementen en stadsvilla’s, waar Bureau B+B tevens beeldkwaliteitsvoorstellen voor maakte.

Fotografie: John Lewis Marshall

  • Locatie: Den Herk, Venray, Netherlands
  • uitgevoerd: 2003-2008
  • Opdrachtgever: Vincent van Gogh Instituut (GGZ-groep Noord en Midden Limburg)
  • Oppervlakte : 28 ha
  • Partners: Loos van Vliet, Greiner van Goor Huijten Architecten BV